Hoe kun je zelf Chimichurri maken?

Op zoek naar dé manier om zelf Chimichurri te maken? Dan ben je aan het juiste adres. Maar wat is deze groene saus precies en waar komt het vandaan? Chimichurri is een klassieke Argentijnse saus die perfect past bij gegrild vlees, zoals een bavette uit de airfryer. Maar is ook heerlijk is over groenten of als dip. Onderstaand recept is gebaseerd op verse ingrediënten en de juiste balans tussen zuren, kruiden en olie.
Ingrediënten voor Chimichurri
- 1 bos verse platte peterselie (ongeveer 1 kop, fijngesneden)
- 4-5 grote tenen knoflook, fijngehakt
- 1/2 kop extra vierge olijfolie van goede kwaliteit
- 1/4 kop rode wijnazijn
- 1 eetlepel gedroogde oregano
- 1 theelepel rode pepervlokken (optioneel)
- 1 theelepel zout (mag meer naar smaak)
- 1 theelepel versgemalen zwarte peper
Stappenplan
- Hakken
Hak de verse peterselie en knoflook zo fijn mogelijk. Dit is cruciaal voor een egale saus. Je kunt een keukenmachine gebruiken, maar met de hand hakken geeft vaak een betere textuur. - Mengen
Doe de peterselie, knoflook, olijfolie, rode wijnazijn, oregano, rode pepervlokken (indien gebruikt), zout en zwarte peper in een middelgrote kom. - Rusten
Meng alles goed door elkaar. Laat de saus minstens 30 minuten (tot enkele uren) op kamertemperatuur rusten. Dit geeft de smaken de tijd om volledig te versmelten. - Proeven
Proef de saus en voeg indien nodig meer zout of peper toe.
Waar komt Chimichurri vandaan?
De oorsprong van Chimichurri kent vele verhalen, maar één ding is zeker. De roots liggen in Zuid-Amerika en dan wel de Argentijnse en Uruguayaanse keuken. Eén van de verhalen is dat de saus vernoemd is naar een Ierse of Engelse soldaat genaamd Jimmy McCurry. Hij zou de onafhankelijkheidsstrijders in Argentinië hebben geholpen en deze saus hebben bedacht. Omdat zijn naam voor de lokale bevolking lastig uit te spreken was, verbasterde “Jimmy McCurry” al snel tot “Chimichurri”.
Ongeacht de naam, was het de cultuur van de Argentijnse cowboys (Gaucho’s) die de saus groot heeft gemaakt. Zij leefden op de uitgestrekte pampa’s en bereidden hun vlees op open vuur (Asado). Omdat ze vaak ver van huis waren, gebruikten ze gedroogde kruiden, olie en azijn om een smaakmaker te maken die niet snel bedierf en die het vlees extra karakter gaf.